Solar World Cinema - Openluchtbioscoop op zonne-energie

Maartje Piersma

'Op de meest afgelegen plekken vertonen wij films'

Alumnus Maartje Piersma, oprichtster van Solar World Cinema, won op 7 november 2015 de AUV-alumnusprijs. Ze kreeg de prijs voor haar project om met een mobiele openluchtbioscoop op zonne-energie films te vertonen voor mensen in vluchtelingenkampen in de Sahara.

Maartje Piersma

Foto: Monique Kooijmans

Hoe kwam je op het idee van de Solar World Cinema?

‘De Solar Cinema bestond al, dat idee kwam van Maureen Prins. Zij reist door Nederland met een Volkswagenbusje met zonnepanelen op het dak. In het busje zit een omvormer die stroom levert voor een beamer waarmee op een opblaasscherm films worden vertoond. Ik kwam Maureen op een festival tegen en daar startte de droom om het concept ook buiten Nederland te ontwikkelen. In 2010 hebben we samen met een derde partner, Stien Meesters, de stichting Solar World Cinema opgericht. Het idee erachter is een soort democratisering van de cinema: wij komen op de meest afgelegen plekken om onafhankelijke films te vertonen, vaak over sociale thema’s. Daarnaast willen we met Solar World Cinema het belang van duurzaamheid benadrukken. We hebben in eigen beheer verschillende korte films gemaakt over groene thema’s, die we kunnen vertonen in onze bioscoop. 
Inmiddels lopen er verschillende projecten in het buitenland. In Zuid-Amerika rijden in vijf landen busjes rond met een mobiele cinema op zonne-energie. We zijn nu bezig met projecten op Bali en in Zuid-Afrika en met het project in de Sahara waarvoor ik de prijs kreeg.’

Wat houdt het Sahara-project precies in?

‘Veertig jaar geleden hebben Marokko en Mauritanië de Westelijke Sahara bezet en de oorspronkelijke bevolkingsgroep, de Saharaui, op de vlucht gejaagd. Zij zijn in vluchtelingenkampen in Algerije terechtgekomen, waar inmiddels zo’n 180.000 vluchtelingen wonen, verspreid over vijf kampen. De kampen liggen op afgelegen plekken in de woestijn en drinkwater, eten en elektriciteit zijn schaars. Bovendien hebben de bewoners nauwelijks toegang tot cultuur en entertainment. Wij kwamen mensen tegen van een Spaanse organisatie, FiSahara, die jaarlijks een filmfestival organiseert in een van de kampen. De mensen in de andere vier kampen kunnen daar niet heen, vanwege de afstand. Solar World Cinema is precies bedoeld voor dit soort situaties.’ 

Is het moeilijk te realiseren?

‘Het Sahara-project is, zoals de meeste van onze buitenlandse projecten, non-profit; we zijn afhankelijk van subsidies. Met onze Spaanse partner zorgen we dat er een Solar World Cinema-bus in de vluchtelingenkampen komt. Er is een lokale filmschool in de regio, wij werken de filmstudenten van deze school in zodat zij uiteindelijk de mobiele bioscoop kunnen runnen. Ze gaan films vertonen over politieke thema’s, zoals mensenrechten, en lokaal geproduceerde films over de onafhankelijkheidsstrijd van de Westelijke Sahara. Na afloop worden er debatten gehouden met het publiek, bijvoorbeeld over vrouwenrechten. Door de films geven we mensen een stem, maar we bieden ze ook ontspanning. De filmvertoningen bevorderen de sociale cohesie. Bij het FiSahara-festival zagen we al heftige reacties bij de toeschouwers: mensen klappen en schreeuwen, en na afloop zijn er verhitte discussies.’

Helpt het winnen van de AUV-alumnusprijs?

‘Veel meer nog dan ik dacht. Tijdens de uitreiking zaten er verschillende mensen in de zaal die me na afloop hebben gebeld en gemaild om hulp aan te bieden. Ik heb veel nuttige contacten opgedaan. Ik werd ook op straat door wildvreemden aangesproken met “Hé jij hebt die prijs gewonnen met die bioscoop op zonne-energie!”. Van de 3.000 euro prijzengeld gaan we een goede beamer kopen voor het Sahara-project, dat in mei 2016 van start moet gaan.’

Hoe heb je je studie Filmwetenschap (Media en cultuur) aan de UvA ervaren?

‘Als een geweldige tijd. Veel studenten vielen na het eerste jaar af, vermoedelijk omdat Filmwetenschap niet een heel bewuste keuze was. Daardoor bleven we over met een klein maar heel gemotiveerd clubje. De docenten waren ook heel fijn. Ik herinner me Charles Forceville goed, hij gaf meerdere vakken en deed dat op een inspirerende manier. Hij gaf onder andere het vak “De picturale metafoor”, dat erover gaat dat je traditionele fenomenen in tekst ook kunt vertalen naar beeld. Dat vond ik fascinerend. Een van mijn lievelingsvakken was wetenschapsfilosofie, daar haalde ik onverwachts de hoogste cijfers in. Iedereen vond het verschrikkelijk, maar ik vond het onderwerp fantastisch. De docente, Joost Bolten, legde de stof ontzettend goed uit.’

Waar heb je in je studie het meest aan gehad?

‘Ik heb heel veel films gezien, en geleerd daar op een andere manier naar te kijken. Dat helpt me bij het programmeren van de films voor Solar World Cinema. Ik weet hoe film op verschillende niveaus kan werken. Ik werk nu ook als publiciteitsmedewerker voor het Internationaal Documentairefilm Festival Amsterdam (IDFA) en bedenk verschillende invalshoeken om aandacht te besteden aan de films die we vertonen. Het enige frustrerende van de studie vond ik dat er nauwelijks ruimte was om stage te lopen, dat was geen verplicht onderdeel. Pas na mijn studie ging ik stage lopen bij het IDFA, waar uiteindelijk een betaalde baan uit is gekomen. Het was handiger geweest als ik dat tijdens mijn studie al had kunnen doen.’

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

‘Solar World Cinema begint steeds beter te lopen. We krijgen veel enthousiaste reacties op het project, dus ik hoop dat we steeds meer projecten wereldwijd kunnen doen. We zijn wel sterk afhankelijk van subsidies, financieel onafhankelijk opereren is niet haalbaar, hebben we de afgelopen jaren gemerkt. Maar winst maken is ook geen doelstelling. De voorstellingen zijn altijd gratis, omdat we zo veel mogelijk mensen willen bereiken met films die ze normaal gesproken niet zien. Een tijd geleden zagen we bijvoorbeeld op een Latijns-Amerikaans filmfestival een prachtige film uit Uruguay, die in verschillende Europese bioscopen te zien was maar nergens in Uruguay zelf. Dat is toch bizar? Daar komt onze motivatie vandaan. Met onze mobiele bus kunnen we de film ook in Uruguay laten zien, om te beginnen in het dorpje waar de film is opgenomen.’